Mijn hersenspinselwoud bloeit

Ik kijk met één oog dichtgeknepen door een smerig treinraam naar een helderblauwe lucht boven 
het aprillandschap. Een ondefinieerbaar zwart vlekje op het venster lijkt op het silhouet van 
een stijgend vliegtuig in de verte. Enthousiast grijp ik naar pen en papier om opwellende 
woorden te vangen. Uit deze binnen- en buitenwereld wil ik wel iets blijvends destilleren.

De trein komt op gang en een auto rijdt een stukje achteruit mee. De beweging is sierlijk, 
ik neem alles waar als iets gracieus, edels. Vormen, kleuren, compositie. Hoe komt dat? En 
waarom voel ik me zo onoverbrugbaar gescheiden van die schoonheid?

Mijn hersenspinselwoud bloeit. Een regen van mentale bloesemblaadjes maakt me een beetje 
duizelig. Ik voel behoefte aan wat breininsecten. Een prikkelend idee, gebracht als stuifmeel 
aan de poten van de vlinders in mijn hoofd. Dan kun je over een paar maanden vruchten plukken.