De epistemologische bonestaak en het tellen van de kudden van Wolk

De pier,
tegenlicht,
een vissersnet.

Melkwit de hemel,
de wolkentrossen
vieren los en
hoogtij
de eerste
voorbij.

De tweede kijkt om
en om-en-om zijn torens
woekeren wortels van drie
naar benee.

Ongegrond is bestaan,
de reden een waan maar
de boom stond te dromen,
mijn droom is verstomd.