LOEM

In een hoekje leeggezogen, in het donker onbewust
Ligt een lichaam zonder leven, met een klop maar zonder hart.
Lange slierten tegenlicht verwelkten zijn geboren hoop,-
hebben het in lood gevat.
Het is leeg.

Het loopt over.
Roodschreeuwend en zoutgrijnzend, tollend maar niet fladderend, vervlieg.
Glibberen over het bekende pad, geen leven als het Groot Dictee.
"Wat je doet wat je doet wat je doet"
Neuronen spatten wellustig op het bijtende asfalt.